Varianten Wooncooperaties

De Vastgoedcoöperatie of besloten huurvereniging:

Hier is sprake van collectief eigendom. De coöperatieve vereniging bezit woningen en verhuurt deze exclusief aan de leden, die samen de organisatie besturen. Deze organisatievorm is al een eeuw oud en het is de oervorm van sommige woningcorporaties.

De koperscoöperatie:

Hier is sprake van individueel eigendom van de bewoner, maar kan men alleen als collectief, via deelname aan de coöperatieve vereniging kopen. Dit lijkt op CPO (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap) maar deze is gericht op realisatie van woningen, de coöperatie op het eigendom en beheer ervan, beiden gaan uit van het zelfbeschikkingsrecht van de bewoner.

De beheercoöperatie:

De coöperatie is niet de eigenaar. Een collectief van huurders voert wel vergaand zelfbeheer over de woningen maar de bewoners behouden hun huurcontract met de verhuurder van de woningen.

De moeder-dochter constructie:

In dit geval wordt een aparte juridische structuur opgericht waar de woningen in worden ondergebracht door de huidige eigenaar, vaak een woningcorporatie. Deze sluit met een collectief van huurders, verenigd in een wooncoöperatie, een contract over gebruik, beheer en exploitatie van de woningen. Voordeel is dat de bewoners niet meer onder het regime van de corporatie vallen (zoals bij de beheercoöperatie ). Ook biedt de constructie de mogelijkheid het eigendom geleidelijk over te dragen aan de vereniging of individuele leden ( in plaats van directe verkoop bij variant 1 en 2) Al deze opties zijn mogelijk, eventueel ook in hybride vorm binnen één wooncoöperatie. In Nederland bestaan verschillende voorbeelden op deze varianten. Nieuwe initiatieven werken aan realisatie in de huidige praktijk, een proces dat nog volop in ontwikkeling is.